Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 9 oktober 2018 bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Deze ontzegging is vernietigd en opnieuw vastgesteld op een onvoorwaardelijke duur van 12 maanden.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het weigeren mee te werken aan een ademanalyse, rijden tijdens een invordering van het rijbewijs en rijden tijdens een rijverbod. Het hof achtte het weigeren van de ademanalyse een ernstig verkeersmisdrijf dat de verkeersveiligheid in gevaar bracht. Daarnaast negeerde de verdachte de invorderingsmaatregel en het rijverbod door vrijwel direct weer te gaan rijden.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Gezien de langdurige detentie van de verdachte werd afgezien van een gevangenisstraf, maar werd een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid passend geacht.
Het hof bepaalde dat de periode waarin het rijbewijs reeds was ingevorderd in mindering wordt gebracht op de ontzegging. Voor het overige werd het vonnis van de politierechter bevestigd.
Uitkomst: Het hof legt een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden op en bevestigt het vonnis voor het overige.