ECLI:NL:GHAMS:2021:1661
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging zorgregeling minderjarige kinderen in kader ondertoezichtstelling
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter inzake de zorgregeling voor haar twee minderjarige kinderen, die onder toezicht zijn gesteld. De moeder verzocht om terugkeer naar een eerdere zorgregeling, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de vader de gewijzigde regeling wilden handhaven. Het hof hield rekening met het belang van de kinderen en de langdurige verstoorde communicatie tussen de ouders.
De huidige zorgregeling voorziet in een bijna gelijke verdeling van zorgtijd tussen de ouders met wisselmomenten zoveel mogelijk op school. De moeder klaagde over de frequentie van wisselmomenten en de impact op de kinderen, vooral op [kind 1]. De vader en GI stelden dat de regeling het belang van de kinderen dient en spanningen tussen ouders vermindert.
Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de huidige regeling niet in het belang van de kinderen is en dat de regeling uitvoerbaar is. Het hof wijzigde de vakantieregeling door de reguliere zorgregeling tijdens vakanties, met uitzondering van zomer- en kerstvakantie, onverkort te laten doorlopen. De rest van de beschikking werd bekrachtigd. De uitspraak benadrukt het belang van voorspelbaarheid en continuïteit voor de kinderen in een context van verstoorde ouderrelaties.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de gewijzigde zorgregeling en wijzigt de vakantieregeling deels ten gunste van de moeder.