ECLI:NL:GHAMS:2021:1676
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens onveilige thuissituatie
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een bijna meerderjarige zoon, die sinds 2017 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI) en sinds 2018 in een gezinshuis verblijft. De moeder is cognitief beperkt en lijdt aan epilepsie, terwijl de zoon kampt met ADHD, ODD, een hechtingsstoornis en gameverslaving.
De moeder verzocht gedeeltelijke vernietiging van de verlenging, stellende dat zij inmiddels beter in staat is haar gezag te laten gelden en dat het verblijf in het gezinshuis schadelijker is dan terugkeer naar huis. De GI betoogde dat verlenging noodzakelijk blijft vanwege geweld tegen de moeder, het niet meewerken aan therapie door de zoon en de onveilige thuissituatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van de verlenging.
Het hof concludeerde dat ondanks positieve ontwikkelingen op school en sport, de moeder nog niet in staat is een stabiele en veilige opvoedingssituatie te bieden. Er is nog steeds sprake van huiselijk geweld en gebrek aan toezicht. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom gerechtvaardigd, met als streven terugkeer naar huis na het eindexamen. Het verzoek van de moeder tot kostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 6 januari 2022 vanwege aanhoudende onveilige thuissituatie.