Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante sub 1] ,
[X jr.],
1.[advocaat A] ,
[advocaat B],
[advocaat C],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat centraal wie contractspartij is aan de zijde van een advocatenkantoor na het overlijden van een medisch adviseur die in letselschadezaken advies gaf. De erfgenamen van de medisch adviseur vorderen inzage en afschriften van dossiers en financiële overzichten van het advocatenkantoor.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigt dit vonnis gedeeltelijk en oordeelt dat de advocaat die bestuurder en enig aandeelhouder is van de vennootschap binnen het advocatenkantoor verplicht is om binnen veertien dagen bescheiden op te stellen en afschriften te verstrekken over de status en financiële afwikkeling van elf nader aangeduide dossiers. Dit ondanks het door de advocaten ingeroepen verschoningsrecht, omdat de gevraagde informatie geen vertrouwelijke medische gegevens of processtrategieën bevat.
De vorderingen tegen twee andere advocaten in loondienst worden afgewezen, omdat zij niet de beschikking hebben over de bescheiden. De proceskosten worden verdeeld zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest verduidelijkt de verplichting tot rekening en verantwoording binnen een juridische structuur en de grenzen van het verschoningsrecht van advocaten in dit kader.
Uitkomst: De advocaat en bestuurder wordt veroordeeld tot het verstrekken van financiële en dossierbescheiden aan de erfgenamen binnen veertien dagen.