Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
Partijen sloten op 20 september 2018 een koopovereenkomst voor een woning met een koopsom van €480.500, waarbij appellanten een bankgarantie of waarborgsom moesten stellen. Ondanks verlenging van de termijn stelden appellanten geen bankgarantie en namen zij de woning niet af. Geïntimeerde ontbond de overeenkomst en vorderde betaling van de contractuele boete van 10% van de koopsom.
De rechtbank wees de vordering toe en het hof bekrachtigt dit vonnis. Appellanten voerden aan dat zij door conservatoir beslag op hun oude woning niet konden leveren en dat de boete gematigd moest worden. Het hof oordeelde dat dit risico voor appellanten kwam en dat zij onvoldoende hadden gedaan om de financiering veilig te stellen. Ook was er geen grote discrepantie tussen de schade van geïntimeerde en de boete.
Verder stelde het hof dat het voorstel van appellanten om een vierde hypotheek te vestigen onvoldoende zekerheid bood en dat geïntimeerde niet hoefde mee te werken aan deze oplossing. De verkoopinspanningen van geïntimeerde na ontbinding waren voldoende. De grieven van appellanten faalden, waarna het hof het vonnis bekrachtigde en appellanten hoofdelijk veroordeelde in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellanten tot betaling van de contractuele boete en proceskosten.