Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellant sub 2],
[appellante sub 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
) daarna desgevraagd zeggen:
) diverse vragen en ik hoor haar zeggen dat haar man aan het werk is en dat zij een eigen zaak hebben. Zij vertelt dat haar man een huurwoning heeft omdat hij wel eens boos is. Zij vertelt dat haar schoondochter en kleinkinderen soms hier en soms op de [adres 1] verblijven. Ze vertelt dat haar man regelmatig op de [adres 2] is maar niet altijd in de woning slaapt. De jongere vrouw, ook genaamd [familienaam] , vraagt ondertussen diverse keren of meneer [B] haar gezin niet aan een woning kan helpen.