ECLI:NL:GHAMS:2021:1884
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Eigendomsgeschil over werkruimte en uitleg overdrachtsakten met betrekking tot horizontale natrekking
In deze civiele zaak staat de eigendom van een werkruimte, verdeeld over twee kadastrale percelen, centraal. Het geschil betreft de vraag waar de erfgrens loopt en hoe de overdrachtsakten uit 2003 moeten worden uitgelegd, met name of gebouwdeel C toebehoort aan [X] senior of aan [X] junior c.s.
Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest en behandelt de standpunten van partijen, waarbij [X] junior c.s. stellen dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden, wat het hof verwerpt. De uitleg van de overdrachtsakten wordt objectief beoordeeld, waarbij de kadastrale gegevens en de omschrijving in de akten erop wijzen dat gebouwdeel C aan [X] junior is geleverd.
Het beroep van [X] senior op horizontale natrekking wordt afgewezen omdat onvoldoende redenen zijn om af te wijken van de hoofdregel van verticale natrekking. De bouwkundige scheiding tussen de gebouwdelen en de verkeersopvattingen ondersteunen dit oordeel. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [X] senior in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van [X] senior op eigendom van gebouwdeel C af.