ECLI:NL:GHAMS:2021:1909
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling en vakantieregeling voor minderjarige na overlijden moeder
Na het overlijden van de moeder van de minderjarige in mei 2020 is de voogdij en het ouderlijk gezag over de minderjarige onderwerp van geschil geworden tussen de oma, de vader en de Raad voor de Kinderbescherming. De kinderrechter wees verzoeken van de oma af, waaronder die om omgang en hoofdverblijf, en stelde de vader onder toezicht met voogdij.
De oma kwam in hoger beroep met verzoeken tot toewijzing van voogdij, hoofdverblijf en een omgangsregeling. De vader en de Raad verzetten zich hiertegen, waarbij de vader een minder frequente omgang met de oma passend vond vanwege de rouwverwerking van de minderjarige.
Het hof overwoog dat de bijzondere relatie tussen oma en kleinzoon en de spanningen tussen partijen een duidelijke omgangsregeling vereisen. Het stelde een omgangsregeling vast waarbij de oma het weekend om de twee weken omgang heeft, met specifieke ophaal- en terugbrengmomenten, en regelde de verdeling van de zomervakantie 2021 waarbij de minderjarige de eerste twee weken bij de oma verblijft en de laatste vier weken bij de vader.
De regeling houdt rekening met de verhuizing van de minderjarige en het schoolprogramma. De overige verzoeken blijven aangehouden tot nader order.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij de oma het weekend om de twee weken omgang heeft en regelt de verdeling van de zomervakantie 2021 tussen de vader en de oma.