Uitspraak
Onderzoek van de zaak
9 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Omvang van het hoger beroep
Tenlastelegging
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2017 te Bunnik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, bij de ondergrondse combitank, die aanwezig was binnen haar inrichting aan de [adres], althans een opslagtank als bedoeld in het eerste lid van artikel 3.35 Activiteitenregeling milieubeheer, niet jaarlijks een controle heeft laten plaatsvinden van de lekdetectie van de dubbelwandige opslagtank en de dubbelwandige leidingen.
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 april 2018 te Bunnik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen:
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 april 2018 te Bunnik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en), te weten:
Vonnis waarvan beroep
Toepasselijke regelgeving feit 1
Bewijsmotivering
Bewezenverklaring
zij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2017 te Bunnik opzettelijk bij de ondergrondse combitank die aanwezig was binnen haar inrichting aan de [adres], een opslagtank als bedoeld in het eerste lid van artikel 3.35 Activiteitenregeling milieubeheer, niet jaarlijks een controle heeft laten plaatsvinden van de lekdetectie van de dubbelwandige opslagtank en de dubbelwandige leidingen.
zij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 april 2018 te Bunnik:
zij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 april 2018 te Bunnik opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten:
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
1 december 2013, niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
geldboetevan
€ 15.000,00 (vijftienduizend euro).
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 juni 2021.