Appellante, een gerechtsdeurwaarderskantoor, vordert betaling van twee facturen met rente en kosten van geïntimeerde, een eenmanszaak, voor juridische dienstverlening in incassoprocedures. De kantonrechter wees de vordering af omdat appellante niet ter zitting verscheen en de grondslag van de vordering niet kon worden vastgesteld.
In hoger beroep stelt appellante dat de vordering terecht is en dat geïntimeerde geen bewijs heeft geleverd van een no-cure-no-pay-afspraak. Geïntimeerde voert aan dat hij niets verschuldigd is vanwege deze afspraak, dwaling en onjuiste facturering, maar faalt in de bewijslevering en onderbouwing.
Het hof oordeelt dat de overeenkomst tot juridische dienstverlening bestaat en dat de facturen verschuldigd zijn, verminderd met een bedrag wegens een te hoge aanbetaling. Het beroep op redelijkheid en billijkheid en rechtsverwerking faalt. Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.706,98 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, met veroordeling in de proceskosten.