ECLI:NL:GHAMS:2021:1982
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep inzake machtiging bewindvoerder voor betaling declaraties
In deze zaak stond centraal of appellanten ontvankelijk waren in hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek van de bewindvoerder tot machtiging voor betaling van openstaande declaraties aan appellanten had afgewezen.
De kantonrechter had het bewind en mentorschap ingesteld voor [belanghebbende], waarbij Goedhart Amsterdam B.V. als bewindvoerder was benoemd. De bewindvoerder verzocht om machtiging om openstaande declaraties van appellanten te voldoen, maar dit verzoek werd afgewezen. Appellanten stelden dat zij als advocaten van [belanghebbende] recht hadden op betaling en dat zij belanghebbenden waren die in hoger beroep konden komen.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 798 Rv Pro en de wetsgeschiedenis bij de machtigingsprocedure alleen de rechthebbende en de bewindvoerder betrokken zijn en dat appellanten niet tot de kring van belanghebbenden behoren. Daarom verklaarde het hof appellanten niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Daarnaast veroordeelde het hof appellanten in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 1.671,-, maar niet in de kosten van de procedure in eerste aanleg. De beschikking werd uitgesproken door het hof op 29 juni 2021.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.