ECLI:NL:GHAMS:2021:2058
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- R.J.M. Smit
- H.T. van der Meer
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging beschikking wegens gebrek aan belang
Verzoekers in hoger beroep hebben bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking ingediend. De bestreden beschikking van de rechtbank bepaalde dat de stichting over mocht gaan tot executoriale verkoop van aandelen, maar was niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof oordeelt dat het hoger beroep tegen deze beschikking de werking ervan al schorst op grond van artikel 360 lid 1 Rv Pro.
De stichting had tegen het schorsingsverzoek verweer gevoerd. Het hof stelt vast dat de latere beschikkingen die wel uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard, niet tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke beschikking alsnog uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Hierdoor ontbreekt het verzoekers aan belang bij hun verzoek tot schorsing.
Het hof verklaart het verzoek tot schorsing niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot het opleggen van een kostenveroordeling. In de hoofdzaak wordt de stichting in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen en wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot schorsing wegens gebrek aan belang.