Op 13 april 2018 werd verdachte betrapt op het besturen van een snorfiets onder invloed van cannabis in Amsterdam. Het bloedonderzoek toonde een THC-gehalte van 3,6 microgram per liter bloed, hoger dan de wettelijke grenswaarde. De bloedafname vond echter pas 2 uur en 24 minuten na de eerste vordering tot medewerking plaats, waardoor de 90-minutentermijn uit het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer werd overschreden.
De advocaat-generaal stelde dat deze overschrijding geen vormverzuim opleverde vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de afwezigheid van de enige dienstdoende arts en de moeilijkheid van bloedafname. De verdediging betoogde dat het bloedonderzoek niet gebruikt mocht worden wegens de strikte waarborgen en overschrijding van de termijn.
Het hof oordeelde dat de overschrijding te wijten was aan omstandigheden buiten de schuld van de arts en verbalisanten, waardoor geen sprake was van een vormverzuim. Het bloedonderzoek kon derhalve als bewijs worden gebruikt. Het hof verklaarde het tenlastegelegde bewezen en strafbaar, vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €325,00, te vervangen door zes dagen hechtenis bij niet-betaling.
De redelijke termijn was in hoger beroep overschreden, maar vanwege de lage boete werd geen strafvermindering toegepast. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 juli 2021.