ECLI:NL:GHAMS:2021:2234
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- C.J. van der Wilt
- R.D. van Heffen
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na sepot wegens verjaring bij ladingdiefstal
Appellant werd in januari 2016 in verzekering gesteld wegens verdenking van ladingdiefstal van telefoons op Schiphol en kort daarna vrijgelaten. De strafzaak werd uiteindelijk in april 2020 geseponeerd vanwege verjaring. Appellant verzocht om vergoeding van schade door het uitgezeten voorarrest en gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
De rechtbank had de vergoeding afgewezen omdat geen gronden van billijkheid aanwezig zouden zijn, mede omdat het OM het sepot baseerde op beleidsmatige redenen en de zaak bewijsbaar was. Het hof oordeelt echter dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde door te stellen dat geen vergoeding kan worden toegekend zonder onmiskenbare aanwijzing dat de zaak niet tot strafoplegging zou leiden.
Het hof benadrukt dat bij sepot wegens verjaring en beleidssepot gronden van billijkheid kunnen bestaan voor vergoeding. Het hof kent appellant daarom volledige vergoeding toe van €420 voor het uitgezeten voorarrest en €830 voor de kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof kent appellant volledige schadevergoeding en kostenvergoeding toe na sepot wegens verjaring.