ECLI:NL:GHAMS:2021:2350
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering na opzegging huurovereenkomst wegens prostitutie in sociale huurwoning
In deze zaak vordert Stichting Woonwaard de ontruiming van een sociale huurwoning nadat in de woning een derde was aangetroffen die er prostitutiewerkzaamheden verrichtte. De huurder, appellante, had de huur opgezegd na een brief van Woonwaard waarin werd gesteld dat prostitutie vanuit de woning verboden is en dat de huurovereenkomst ontbonden zou worden bij uitblijven van opzegging.
Appellante betwistte in hoger beroep dat zij de huur rechtsgeldig had opgezegd en stelde dat zij onder dwaling had gehandeld, omdat zij onder druk stond en niet volledig op de hoogte was van haar rechtspositie. Het hof oordeelde dat de opzegging ondubbelzinnig was en dat Woonwaard erop mocht vertrouwen dat appellante haar wil tot opzegging serieus meende. Het advies om juridisch advies in te winnen was gegeven en niet opgevolgd.
De vordering tot ontruiming werd daarom toegewezen, waarbij ook de dwangsom werd gehandhaafd. De grief tegen de dwangsom faalde, omdat het spoedeisend belang van Woonwaard en de complexiteit van ontruimingsprocedures dit rechtvaardigen. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd en veroordeelt appellante tot ontruiming met dwangsom.