ECLI:NL:GHAMS:2021:2383
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verwijzing omgangszaak minderjarige naar Franse rechter wegens bijzondere band met Frankrijk
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over de omgang met zijn minderjarige zoon, die sinds 2013 samen met zijn moeder in Frankrijk woont. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De rechtbank had het verzoek van de man om een zorgregeling te bepalen afgewezen.
In hoger beroep betwist de vrouw de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en verzoekt zij de zaak naar de Franse rechter te verwijzen op grond van artikel 15 van Pro Verordening Brussel II bis. Het hof stelt vast dat het geschil binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat de Nederlandse rechter bevoegd was in eerste aanleg, maar dat het belang van het kind nu vraagt om verwijzing naar Frankrijk.
Het hof overweegt dat het kind sinds zijn vijfde in Frankrijk woont, daar geworteld is, schoolt gaat en sociale contacten heeft. De Nederlandse rechter heeft onvoldoende zicht op het kind. De Franse rechter is beter in staat de zaak te behandelen. De vrouw stemt in met verwijzing. Het hof verzoekt de Franse rechter zijn bevoegdheid uit te oefenen en houdt de zaak pro forma aan in afwachting van bericht van de Franse rechter.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de Franse rechter vanwege de bijzondere band van het kind met Frankrijk en het belang van het kind.