Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de minderjarige [dochter] (hierna: [de minderjarige] );
- [de vader] (hierna: de vader);
- de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: de GI);
- de pleegouders.
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 27 juli 2021 het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank van 29 juli 2020 verworpen en de beëindiging van haar ouderlijk gezag over haar dochter bekrachtigd. De moeder was niet in staat gebleken om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van haar dochter te dragen, en het was niet te verwachten dat zij dit binnen een voor het kind aanvaardbare termijn zou kunnen.
De minderjarige was sinds haar geboorte onder toezicht gesteld en sinds 2018 uit huis geplaatst in een pleeggezin, waar zij zich goed ontwikkelt en gehecht is. De moeder had onvoldoende pedagogische vaardigheden en toonde weinig inzicht in de problematiek, ondanks intensieve hulpverlening. De raad en de gecertificeerde instelling stelden dat voortzetting van het gezag niet in het belang van het kind was.
Het hof oordeelde dat verdere verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer passend was en dat het belang van het kind gediend was met duidelijkheid over haar opvoedperspectief. De moeder had onvoldoende perspectief op verbetering binnen een aanvaardbare termijn, waardoor het gezag moest worden beëindigd en de voogdij aan de gecertificeerde instelling werd toegekend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar dochter en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.