De man en vrouw zijn gehuwd in 2014 en hebben twee minderjarige kinderen. In eerste aanleg is een scheiding van tafel en bed uitgesproken en een zorgregeling vastgesteld waarbij de man contact met de kinderen heeft in de woning van de vrouw.
De man kwam in hoger beroep met het verzoek om echtscheiding uit te spreken en een zorgregeling waarbij hij de kinderen twee dagen per week bij zich heeft, inclusief speciale dagen tijdens islamitische feestdagen. De vrouw verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot echtscheiding niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan en verklaarde de man niet-ontvankelijk in dat verzoek. Het verzoek tot wijziging van de zorgregeling werd wel ontvankelijk verklaard omdat dit een nevenvoorziening betreft.
Ter zitting bleek dat de man de kinderen wekelijks ziet in aanwezigheid van de vrouw, maar hij wenst vaker contact en ook bij hem thuis zonder aanwezigheid van de vrouw. De vrouw maakte zich zorgen over het welzijn van de kinderen bij onbegeleid verblijf bij de man. Partijen spraken af dat een tante van de man voorlopig bij de omgang aanwezig zal zijn en de vrouw bij de eerste drie momenten.
Het hof stelde een voorlopige zorgregeling vast waarbij de kinderen een dagdeel per week bij de man verblijven onder begeleiding van de tante, met aanwezigheid van de vrouw bij de eerste drie momenten. De zaak wordt pro forma aangehouden voor zes maanden om de voortgang te volgen en partijen kunnen hulp inschakelen van gemeentelijke teams voor begeleiding naar onbegeleide omgang.