ECLI:NL:GHAMS:2021:2435
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot verkeersongeval onder invloed
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in een strafzaak die is geseponeerd. De strafzaak betrof een verkeersongeval waarbij appellant onder invloed van alcohol verkeerde. De rechtbank wees het verzoek af op grond van het ontbreken van billijkheid vanwege het eigen schuldige gedrag van appellant.
Het hof overwoog dat artikel 530 en Pro 533 Sv vergoeding van kosten en schade mogelijk maken indien een zaak eindigt zonder strafoplegging, maar dat de rechter op grond van billijkheid vergoeding kan weigeren. Daarbij mag de raadkamer geen zelfstandig schuldvaststelling doen die strijdig is met de onschuldpresumptie. Gelet op de omstandigheden en de verklaring van appellant dat hij alcohol had gedronken, acht het hof de afwijzing van het verzoek terecht.
Voor de kosten van de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep acht het hof echter wel billijkheid aanwezig en kent het een vergoeding van € 830 toe. Het hoger beroep wordt daarom gedeeltelijk ongegrond verklaard en gedeeltelijk toegewezen.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 juni 2021.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond voor vergoeding kosten strafzaak, maar vergoeding toegekend voor kosten verzoekschriftprocedure van € 830.