Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
U heeft mij gisterenavond gebeld met een voorstel m.b.t. de echtelijke woning en de kinderalimentatie. Het leek mij goed om dit even in een vertrouwelijke mail te zetten om zeker te weten dat ik u goed heb begrepen. (…)
(…)
Mr. Besters heeft mij gevraagd hem te adviseren over het overleggen van een drietal e-mailberichten. Hij is van mening dat de onderhandelingen die zijn gevoerd tot overeenstemming hebben geleid over de in de e-mails omschreven zaken.
3.Beoordeling
Dit is een nieuw punt wat uwerzijds wordt aangevoerd. Indien onze gesprekken niet tot een compleet convenant leiden (…), zal uw cliënte gehouden worden aan de reeds bereikte overeenstemming zoals weergegeven in de onderstaande mail van mr. Besters van woensdag 28 mei 2021 om 15:30 uur en uw opmerkingen uit de onderstaande mail van vrijdag 30 april 2021 15:15 uur. Mr. Besters heeft immers op 4 mei om 13:05 uur zijn akkoord op uw 6 opmerkingen uit die laatste mail gegeven. Daarmee is over die punten in ieder geval overeenstemming bereikt.” Voor zover de vrouw heeft willen betogen dat, omdat geen overeenstemming over die (voor het hof niet bekende) andere onderwerpen was bereikt, ook geen overeenstemming over de overname van de woning door de man, de kinderalimentatie en het contact tussen de man en de kinderen bestond, heeft zij dit onvoldoende aannemelijk gemaakt in het licht van de overgelegde e-mails, waaruit een dergelijke samenhang niet blijkt. Ook de opmerking van de vrouw ter zitting in hoger beroep dat de heer [X] van beide partijen heeft gehoord dat geen afspraken zijn gemaakt, maakt het voorgaande niet anders. Volgens de vrouw zou de heer [X] hierover na 4 mei 2021 een bericht hebben gestuurd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is echter niet duidelijk in welk kader deze opmerking is gemaakt en gaat het hof hieraan voorbij, gelet op de inhoud van de overgelegde e-mails.