ECLI:NL:GHAMS:2021:2548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis belastingfraude met toevoeging overwegingen en niet-ontvankelijkheid hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 2 augustus 2021 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 september 2018, waarbij de verdachte werd veroordeeld wegens het niet doen en het valselijk doen van belastingaangifte. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met toevoeging van nadere overwegingen.
De verdachte stelde dat zijn onderzoekswensen in hoger beroep niet waren behandeld, maar het hof oordeelde dat deze niet ter terechtzitting waren herhaald en daarom niet hoefden te worden beoordeeld. Verder constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn van ruim tien maanden, maar vond dit niet aanleiding tot verdere sancties gezien de omstandigheden, waaronder aanhoudingsverzoeken van de verdediging en laat ingediende stukken.
Ten aanzien van de tijdvakken december 2008, januari 2009, februari 2010, maart 2011 en december 2012 verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep, conform de eerdere niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank, omdat het Openbaar Ministerie hiertegen geen beroep had ingesteld en de verdachte geen belang had bij behandeling daarvan. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor bepaalde tijdvakken.