ECLI:NL:GHAMS:2021:2549
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis niet doen van belastingaangifte en valse aangifte door rechtspersoon
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 2 augustus 2021 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 september 2018, betreffende een zaak over het niet doen van belastingaangifte en het doen van valse aangifte door een rechtspersoon. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor bepaalde tijdvakken waarop het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was verklaard door de rechtbank.
Tijdens de behandeling heeft het hof de onderzoekswensen van de wettelijk vertegenwoordiger van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet ter terechtzitting waren herhaald, waardoor het hof daarop niet hoefde te beslissen. Tevens constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn van ruim tien maanden, maar besloot dit slechts te constateren zonder gevolgen voor de uitspraak.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarmee de verdachte werd veroordeeld voor het niet doen van belastingaangifte en het doen van valse aangifte over diverse tijdvakken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor bepaalde tijdvakken.