ECLI:NL:GHAMS:2021:2567
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en beperking omgang in belang minderjarige kinderen
De zaak betreft twee hoger beroepen tegen beschikkingen waarin het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen is beëindigd en de omgangsregeling met de moeder is beperkt. De moeder verzet zich tegen de beëindiging van het gezamenlijk gezag en de omgangsbeperking, stellende dat communicatieproblemen geen reden zijn voor gezagsbeëindiging en dat de omgangsregeling niet in het belang van de kinderen is.
De man, de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de beëindiging van het gezamenlijk gezag en de beperking van de omgang, vanwege het langdurige loyaliteitsconflict en het feit dat de moeder de kinderen blijft belasten met negatieve informatie over de vader, wat schadelijk is voor hun welzijn.
Het hof overweegt dat ondanks langdurige hulpverlening de ouders niet in staat zijn samen te werken, waardoor de kinderen klem en verloren zijn geraakt. De moeder heeft de communicatie en samenwerking ernstig belemmerd, wat het belang van de kinderen schaadt. Het hof acht verdere raadsonderzoeken niet nodig en bevestigt de eerdere beslissingen. De omgangsregeling wordt beperkt tot begeleide omgang, waarbij uitbreiding mogelijk is als dit verantwoord is.
De beschikkingen worden bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen, waarmee het belang van de kinderen centraal staat in de beslissing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en de beperking van de omgangsregeling met de moeder.