ECLI:NL:GHAMS:2021:2589
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid lastgever in hoger beroep na beëindiging procesvolmacht
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van Cage Capital 1 GmbH (Cage) in hoger beroep centraal, nadat zij haar procesvolmacht aan Rechtspraktijk [bedrijf] B.V. had herroepen. Cage had in eerste aanleg via [bedrijf] geprocedeerd als lasthebber op basis van een overeenkomst waarbij [bedrijf] de bevoegdheid had om namens Cage vorderingen te incasseren.
[geïntimeerde 6] stelde dat Cage niet ontvankelijk was omdat zij geen procespartij was in eerste aanleg en de overeenkomst met [bedrijf] niet was beëindigd. Cage stelde dat de overeenkomst per direct was opgezegd en de procesvolmacht was herroepen. Het hof oordeelde dat Cage als materiële procespartij kon worden aangemerkt en dat de herroeping van de procesvolmacht alleen [bedrijf] aanging. Omdat [bedrijf] niet had gereageerd op de opzegging en niet ter zitting was verschenen, werd aangenomen dat zij zich niet verzette tegen de beëindiging.
Het hof concludeerde dat Cage procesbevoegd was en het hoger beroep rechtsgeldig had ingesteld. Het beroep op misbruik van recht door [geïntimeerde 6] werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van Cage werd afgewezen en de kosten van het incident worden bij het eindarrest toegewezen aan Cage. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor memorie van grieven.
Uitkomst: Het hof verklaart Cage ontvankelijk in hoger beroep en wijst de vordering tot niet-ontvankelijkverklaring af.