ECLI:NL:GHAMS:2021:2643

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 september 2021
Publicatiedatum
2 september 2021
Zaaknummer
23-003796-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WvwArt. 395a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag bij aanrijding

De verdachte werd beschuldigd van gevaarlijk rijgedrag bij het inhalen van een bromfiets op de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam, waarbij een aanrijding plaatsvond met letsel en/of schade tot gevolg. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd.

De advocaat-generaal vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, gesteund op verklaringen van de aangeefster en een getuige. De verdediging voerde aan dat niet met de vereiste zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte gevaarlijk heeft gehandeld.

Het hof oordeelde dat de verklaringen van de getuige en de aangeefster op wezenlijke punten van elkaar verschillen en onvoldoende concreet zijn om de lezing van de verdachte te weerleggen. Hierdoor kon niet met de voor bewezenverklaring vereiste zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, die in eerste aanleg deels was toegewezen, werd door het hof afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag bij aanrijding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003796-19
datum uitspraak: 2 september 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer
13-219313-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 augustus 2021.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 19 mei 2017 te Amsterdam, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Frederik Hendrikstraat bij het inhalen van een voor hem rijdende bromfiets onvoldoende naar links is uitgeweken, tengevolge waarvan een aanrijding ontstond tussen de door hem bestuurde personenauto en de (bestuurder van een) bromfiets, waarbij letsel aan personen is ontstaan en/of schade aan goederen is toegebracht, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit de aangifte in samenhang met de verklaring van de getuige [getuige] blijkt dat de verdachte de handelingen heeft verricht zoals in de tenlastelegging omschreven.
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet met de voor bewezenverklaring vereiste zekerheid vastgesteld kan worden dat de verdachte gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van de stukken in het dossier zijn de precieze omstandigheden waaronder het ten laste gelegde incident zich zou hebben afgespeeld niet vast te stellen. In het bijzonder neemt het hof hierbij in aanmerking dat de verschillende lezingen van de gebeurtenissen daarover (met name die van de aangeefster onderscheidenlijk die van de verdachte) op wezenlijk onderdelen uiteenlopen. Het hof acht de waarnemingen van de getuige [getuige] net niet concreet en specifiek genoeg om op grond daarvan, bezien in samenhang met de verklaring van aangeefster, de lezing van de verdachte als onaannemelijk terzijde te stellen. Daarom kan naar het oordeel van het hof niet met de voor bewezenverklaring vereiste zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte (gevaarzettend) heeft gehandeld zoals in de tenlastelegging omschreven, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 19.649,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. F.M.D. Aardema en mr. N. van der Wijngaart, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 september 2021.
De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]