ECLI:NL:GHAMS:2021:2643
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag bij aanrijding
De verdachte werd beschuldigd van gevaarlijk rijgedrag bij het inhalen van een bromfiets op de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam, waarbij een aanrijding plaatsvond met letsel en/of schade tot gevolg. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd.
De advocaat-generaal vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, gesteund op verklaringen van de aangeefster en een getuige. De verdediging voerde aan dat niet met de vereiste zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte gevaarlijk heeft gehandeld.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van de getuige en de aangeefster op wezenlijke punten van elkaar verschillen en onvoldoende concreet zijn om de lezing van de verdachte te weerleggen. Hierdoor kon niet met de voor bewezenverklaring vereiste zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, die in eerste aanleg deels was toegewezen, werd door het hof afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag bij aanrijding.