4.1.De rechtbank heeft omtrent het geschil als volgt overwogen en beslist.
“8. Op grond van artikel 17, tweede lid, Wet WOZ, wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken wordt deze waarde voor woningen bepaald door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn.
9. Op verweerder rust de last aannemelijk te maken dat hij de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. Verweerder heeft ter onderbouwing van de beschikte waarde gewezen op het door hem ingebrachte taxatierapport (zie punt 4 van deze uitspraak).
10. Beide partijen erkennen dat de woningen die aan de [B-straat] te [Z] zijn gelegen goed vergelijkbaar zijn met de woning. De rechtbank volgt partijen hierin. Hoewel er tussen de andere woningen aan die laan en de woning van eiser verschillen zijn waarmee rekening gehouden moet worden, komen de woningen in hun belangrijke kenmerken overeen. Alle panden zijn twee-onder-een-kap woningen met een garage en met een vergelijkbare inhoud. De woningen dateren van dezelfde bouwperiode. Ze zijn ook allen aan de rand van het bebouwde gebied en grenzend aan het groen gelegen en op een kleine afstand van elkaar. De ligging van de woningen is daarom goed vergelijkbaar. De verkoopprijzen van deze woningen kunnen dan ook dienen ter onderbouwing van de waarde van de woning.
11. Eiser stelt dat het voor de getrouwheid van een taxatie beter is om meer variatie in de vergelijkingsobjecten te hebben en dat hij daarom ook panden aan andere straten ter vergelijking noodzakelijk acht. De rechtbank volgt eiser niet in dit betoog. Het is voor de taxatie voor de WOZ-waardering juist zaak om woningen te zoeken die zoveel mogelijk hetzelfde zijn als de te taxeren woning en niet om aan die taxatie minder goed vergelijkbare woningen toe te voegen. Het in het verlengde daarvan liggende standpunt van eiser dat altijd zoveel mogelijk vergelijkingspanden moeten worden gebruikt voor de waardebepaling, gaat daarom uitsluitend op indien sprake is van identieke vergelijkingspanden, zoals het geval was in de door eiser aangedragen zaak waarover het gerechtshof ’s-Gravenhage uitspraak deed. Indien er geen marktgegevens van identieke panden zijn, zoals in het onderhavige geval, dan leveren alleen de verkoopprijzen van de best vergelijkbare panden een nauwkeurige waarde-indicatie op.
12. Aangezien de woningen aan de [B-straat] zonder twijfel goed vergelijkbaar zijn, zal de rechtbank beoordelen of de beschikte waarde door verweerder aannemelijk is gemaakt met de bij de taxatie van de woning ter vergelijking gebruikte woningen aan de [B-straat] [1] en [2] .
13. Eiser heeft betwist dat verweerder bij zijn taxatie van de juiste hoeveelheid kubieke meters is uitgegaan. Eiser komt door berekeningen aan de hand van de woonoppervlakten zoals vermeld in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en in verkoopfolders van makelaars tot meer kubieke meters per woning dan verweerder. Aangezien meer kubieke meters in een woning tot een lagere waarde per gemiddelde kubieke meter leiden, zou dit een waardedrukkend effect hebben. Verweerder heeft daartegen ingebracht dat meetinstructies voor makelaars in de loop van de laatste jaren zijn veranderd en dat deze daarom niet goed bruikbaar zijn ter onderlinge vergelijking van woningen. De gemeente is daarentegen vanaf de bouw van de woningen steeds dezelfde meetmethode blijven gebruiken. Het kan dus zijn dat dit verschillen oplevert met makelaarsfolders, maar daardoor zijn de woningen wel onderling naar dezelfde maat gemeten. Ook de woonoppervlaktegegevens vanuit de BAG worden niet als zodanig gebruikt voor de WOZ-waardering, omdat daarin bijgebouwen zoals garages niet op een WOZ-conforme manier worden opgenomen. Met deze toelichting heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat bij de taxatie van de juiste hoeveelheid kubieke meters en dus ook van de juiste waarden per kubieke meter is uitgegaan.
14. Verder heeft verweerder voldoende rekening gehouden met onderlinge verschillen tussen de woningen. Er is op de woning een negatieve waardecorrectie van € 19.000 (ten opzichte van nummer [1] ) en van € 28.000 (ten opzichte van nummer [2] ) aangebracht voor verschillen in onderhoud, kwaliteit en uitstraling. De foto’s van de woningen in het dossier en het door eiser aangevoerde geven geen aanleiding om te oordelen dat dit onvoldoende is. Ook is op de ligging van de woning ten opzichte van de andere woningen een negatieve waardecorrectie van ruim € 12.000 aangebracht. De iets slechtere ligging van de woning is daarmee, zoals eiser ter zitting heeft bevestigd, voldoende in aanmerking genomen. Uit het bovenstaande volgt ook dat uit de matrix en de door verweerder gegeven toelichting duidelijk genoeg is af te leiden in welke mate en met welke verschillen tussen de woningen rekening is gehouden.
15. In de taxatie van verweerder is ook ter vergelijking gebruikt [A-straat] te [Z] . Het weglaten van dit pand uit het resultaat van de vergelijking leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet toe dat moet worden geconcludeerd dat de woning niet ten minste de beschikte waarde waard was. De waarden van de twee woningen aan de [B-straat] zijn namelijk op zichzelf al voldoende om tot aannemelijkheid van de beschikte waarde van de woning te komen. Met of zonder de woning aan [A-straat] is daarom de beschikte waarde van de woning van € 581.000 met de taxatie van verweerder aannemelijk gemaakt.”