De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van het niet aangeven van 61.000 sigaretten bij de douane op Schiphol, met het oogmerk invoerrechten te ontduiken. Het hof stelde vast dat de sigaretten het douanegebied van de Unie waren binnengebracht zonder aangifte te doen, waarmee het delict voltooid was.
De verdediging voerde aan dat er slechts sprake was van een poging en ontkende medeplegen, maar het hof verwierp deze verweren op basis van de gezamenlijke handelingen van verdachte en medeverdachte, zoals het verwijderen van labels en het apart passeren van de douane.
Het hof achtte het bewezenverklaarde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 100 uur met een vervangende hechtenis van 50 dagen. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, verbond het hof hieraan geen gevolgen vanwege de geringe overschrijding en de aard van het feit.
De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de omvang van de smokkelwaar en het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen was.