ECLI:NL:GHAMS:2021:32
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer notariaat over klacht oud-notaris
Klager diende een klacht in tegen een oud-notaris bij de kamer voor het notariaat. De voorzitter van de kamer wees de klacht af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar de kamer verklaarde het verzet ongegrond. Klager ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Op grond van artikel 99 Wna Pro staat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel open, tenzij sprake is van schending van een fundamenteel rechtsbeginsel. Klager stelde dat de motivering van de beslissing onvoldoende was, maar dit vormt volgens vaste jurisprudentie geen reden om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken.
Ook het beginsel van hoor en wederhoor werd door klager aangevoerd als geschonden, maar het hof oordeelde dat klager voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt naar voren te brengen tijdens de mondelinge behandeling. Er waren geen feiten of omstandigheden die wezen op een schending van fundamentele rechtsbeginselen.
Daarom verklaarde het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer.