ECLI:NL:GHAMS:2021:3399
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na sepot wegens overtreding Opiumwet afgewezen behalve kosten rechtsbijstand
Verzoeker was verdacht van een overtreding van de Opiumwet en werd op 15 augustus 2018 in verzekering gesteld, maar op 9 november 2020 werd besloten de zaak te seponeren wegens verjaring. Verzoeker vroeg vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand op grond van artikelen 530 en 533 Sv.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een ondertekend verzoekschrift, maar het hof stelde vast dat dit verzuim in hoger beroep was hersteld en verklaarde verzoeker ontvankelijk. Het hof overwoog dat vergoeding van schade en kosten mogelijk is indien gronden van billijkheid aanwezig zijn, maar dat de raadkamer daarbij geen inhoudelijk oordeel over schuld mag geven dat strijdig is met de onschuldpresumptie.
Uit het strafdossier bleek dat verzoeker drugs bij zich had en dat de verdenking mede aan zijn eigen gedrag te wijten was. Daarom vond het hof geen gronden van billijkheid voor vergoeding van de schade als gevolg van de verzekering en de strafzaak. Wel achtte het hof vergoeding van kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure billijk en kende het een bedrag van €560 toe.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht, waarbij het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en alleen de kosten rechtsbijstand werden toegekend.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding afgewezen, vergoeding kosten rechtsbijstand toegekend voor €560.