ECLI:NL:GHAMS:2021:349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in huurzaak onder beschermingsbewind
Appellante kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter waarin een huurovereenkomst werd ontbonden en ontruiming van de woning werd bevolen. De woning was verhuurd aan appellante, die onder beschermingsbewind staat en vertegenwoordigd wordt door een bewindvoerder, Humanitas.
De kernvraag was of appellante zelf in hoger beroep kan optreden, terwijl de bewindvoerder in eerste aanleg formele procespartij was. Het hof overweegt dat tijdens bewind het beheer en de beschikking over de goederen bij de bewindvoerder liggen, die ook formeel procespartij is in procedures over die goederen. De huurrechten vallen onder de goederen in de zin van artikel 1:431 lid 1 BW Pro.
Omdat de bewindvoerder geen hoger beroep instelde, kan appellante dit niet alsnog doen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Een verzoek om de beschermingsbewindvoerder alsnog op te roepen wordt afgewezen. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat de bewindvoerder als formele procespartij moet optreden.