ECLI:NL:GHAMS:2021:3507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens te late indiening appelschrift
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 mei 2019. De schriftuur met grieven werd echter pas op 12 juni 2019 ingediend, twee dagen na de wettelijke termijn van veertien dagen.
De verdediging voerde preliminair aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens deze termijnoverschrijding. Het hof nam kennis van de standpunten van beide partijen en oordeelde dat het belang van het hoger beroep niet opwoog tegen de noodzaak om het verzuim te sanctioneren.
De door de advocaat-generaal aangevoerde redenen voor de late indiening, waaronder een vermeende te beperkte lezing van het ten laste gelegde, werden onvoldoende geacht. Het schriftelijke vonnis was immers al op 13 mei 2019 beschikbaar.
Het hof verwees tevens naar relevante jurisprudentie van de Hoge Raad, met name het arrest van 23 januari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ3880), en concludeerde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2021.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening van het appelschrift.