ECLI:NL:HR:2007:AZ3880
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor vordering tot openen deur bedrijfspand
De zaak betreft een verdachte die op 11 juli 2003 in Gemert opzettelijk niet voldeed aan een vordering van een politieambtenaar om de deur van een bedrijfspand te openen. De politie verleende assistentie aan de curator in het faillissement die toegang tot het pand wilde verkrijgen. Het hof had de verdachte veroordeeld wegens het niet voldoen aan een vordering krachtens wettelijk voorschrift.
De Hoge Raad oordeelde dat de bevoegdheid van de politie om het pand te betreden niet voortvloeit uit de strafrechtelijke bepalingen (artikelen 340-349 Sr), maar uit artikel 55 Sv Pro. Artikel 55 Sv Pro verplicht de verdachte niet tot medewerking, maar slechts tot het dulden van betreding. De vordering tot het openen van de deur was daarom niet gebaseerd op een wettelijk voorschrift dat een strafbaar feit oplevert bij weigering.
De Hoge Raad stelde dat het niet voldoen aan deze vordering niet strafbaar is onder artikel 184 Sr Pro. De politie kan zich, indien nodig met geweld, toegang verschaffen zonder medewerking van de betrokkene. De veroordeling van het hof kon daarom niet in stand blijven en de verdachte werd om doelmatigheidsredenen vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de vordering tot openen van de deur niet berustte op een wettelijk voorschrift dat een strafbaar feit oplevert bij weigering.