ECLI:NL:GHAMS:2021:3776
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek oud-notaris tegen opgelegde geldboete wegens niet-bestaande maatregel ten tijde delict
De oud-notaris verzocht het gerechtshof Amsterdam om herziening van de beslissing uit 2019 waarbij hem naast ontzetting uit het ambt ook een geldboete van €20.750,- was opgelegd. De grondslag van het verzoek was dat de geldboete ten tijde van het vermeende delict niet bestond en daarom niet achteraf opgelegd mocht worden.
Het hof behandelde het verzoek in een openbare zitting op 14 oktober 2021, waarbij beide partijen verschenen en hun standpunten toelichtten. De klacht betrof handelen in strijd met de notariële onafhankelijkheid en onpartijdigheid, waarbij belangenverstrengeling werd aangekaart. De eerdere beslissingen van de kamer en het hof waren in het nadeel van de oud-notaris.
Het hof oordeelde dat het herzieningsverzoek niet voldeed aan de strikte cumulatieve voorwaarden voor herziening, waaronder het bestaan van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die zouden leiden tot een andere beslissing. Het verzoek was feitelijk een poging om een vermeend foutieve beslissing te corrigeren, wat niet het doel is van het herzieningsmiddel.
Daarom wees het hof het verzoek af en bevestigde de opgelegde geldboete en ontzetting uit het ambt. Een nieuw verzoek betreffende de ontzetting wordt in een aparte procedure behandeld.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van de oud-notaris tegen de opgelegde geldboete wordt afgewezen.