ECLI:NL:GHAMS:2021:3809
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring inleidende dagvaarding wegens ontbrekende betekening in ontnemingszaak
Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene een bedrag van €30.775,- zou worden ontnomen als wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank 's-Gravenhage veroordeelde de betrokkene en legde een ontnemingsverplichting van €8.145,- op. Het vonnis werd bij verstek gewezen. De betrokkene stelde hoger beroep in tegen het vonnis en de ontnemingsvordering.
Tijdens de behandeling in hoger beroep constateerde het hof dat in het dossier een akte van uitreiking van de inleidende dagvaarding ontbrak. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, wat een vereiste is volgens het Wetboek van Strafvordering. Het ontbreken van deze betekening leidt tot nietigheid van de dagvaarding.
Gezien deze formele tekortkoming vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde de inleidende dagvaarding nietig. Het hof deed daarmee opnieuw recht en maakte duidelijk dat de procedure in eerste aanleg niet rechtsgeldig was gestart. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, op 19 november 2021.
Uitkomst: De inleidende dagvaarding is nietig verklaard en het vonnis van de rechtbank is vernietigd.