ECLI:NL:GHAMS:2021:3950
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering na gedeeltelijke vrijspraak in hennepkwekerijzaak
Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €12.803,22 van verdachte, gebaseerd op een periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 oktober 2016 waarin verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan het telen en aanwezig hebben van hennep.
De politierechter veroordeelde verdachte slechts voor het telen van hennep op 20 oktober 2016 en sprak hem vrij voor de overige periode. In hoger beroep werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het strafvonnis, waardoor dit vonnis onherroepelijk werd.
Het hof oordeelde dat de ontnemingsvordering ziet op de periode waarvoor verdachte is vrijgesproken en wijst daarom de vordering tot ontneming af. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de vordering af te wijzen.
Uitkomst: De ontnemingsvordering tot betaling van €12.803,22 wordt afgewezen vanwege de gedeeltelijke vrijspraak van verdachte.