ECLI:NL:GHAMS:2021:4147
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling facturen aannemingsovereenkomst op basis van regie
In deze civiele zaak vordert appellant betaling van twee onbetaalde facturen voor verbouwingswerkzaamheden aan een appartement in Amsterdam, uitgevoerd in opdracht van geïntimeerde. De vordering betreft een aannemingsovereenkomst op basis van regie, waarbij geen vaste aanneemsom was afgesproken. Appellant stelt dat hij zijn vordering voldoende heeft onderbouwd met urenstaten, materiaalbonnen en parkeerkostenoverzichten.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. Appellant ging in hoger beroep en voegde een incassokostenbedrag toe. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in de specificatie van de arbeidsuren en materiaalkosten. De urenadministratie was inconsistent en niet per week door geïntimeerde geaccordeerd. Materiaalbonnen waren niet duidelijk gekoppeld aan de werkzaamheden en sommige facturen waren onleesbaar.
Het hof concludeerde dat appellant niet heeft voldaan aan zijn stelplicht en bewijslast om de hoogte en grondslag van de vordering aannemelijk te maken. De vorderingen worden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de facturen wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.