ECLI:NL:GHAMS:2021:4303

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 december 2021
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
K21-230246
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beklag tegen beslissing tot niet-vervolging wegens onvoldoende bewijs bedreiging en belaging

Klager heeft meerdere aangiften gedaan tegen beklaagden wegens bedreiging, belaging en het verspreiden van onjuiste informatie. De officier van justitie besloot tot sepot vanwege onvoldoende bewijs om strafvervolging in te stellen.

Het hof heeft het beklag van klager behandeld en klager in de gelegenheid gesteld zijn beklag toe te lichten. De advocaat-generaal handhaafde zijn advies tot afwijzing van het beklag.

Het hof oordeelt dat de feiten en stukken onvoldoende concreet en individualiseerbaar zijn om een strafrechtelijk onderzoek te starten dat tot een veroordeling kan leiden. Er is ook onvoldoende belang bij het alsnog instellen van vervolging.

Daarom wijst het hof het beklag af en bevestigt het besluit van de officier van justitie. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het besluit tot niet-vervolging wegens onvoldoende aanknopingspunten voor strafrechtelijk onderzoek.

Uitspraak

afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K21/230246
Beschikking op het beklag van:
[klager],
wonende te [plaats],
klager.

1.Het beklag

Het hof heeft op 23 juni 2021 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen
[beklaagden](hierna: beklaagden) ter zake van een groot aantal strafbare feiten, waaronder bedreiging en belaging.

2.Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 29 november 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3.De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift;
- de sepotbrieven van 8 juni 2021 en 21 juni 2021;
- het verslag van de advocaat-generaal.

4.De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 2 december 2021 het beklag toe te lichten. Klager is in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.
De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5.De beoordeling van het beklag

Klager (en zijn partner) hebben meerdere aangiften gedaan tegen beklaagden. Beklaagden worden er – kort gezegd – van beschuldigd dat zij door het verspreiden van onjuiste informatie klager en diens gezin in een kwaad daglicht proberen te stellen. Bovendien zouden beklaagden zich ook nu nog, terwijl klager en beklaagden geen buren meer zijn en op aanzienlijke afstand van elkaar wonen, schuldig maken aan belaging en bedreiging.
Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het verslag.
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
De overwegingen van het hof
Het hof is van oordeel dat de in de aangiften genoemde feiten en de door klager ingebrachte stukken weinig concreet en onvoldoende individualiseerbaar zijn met betrekking tot de strafbare feiten die beklaagden zouden hebben begaan.
De officier van justitie heeft daarom met juistheid besloten de zaak niet (verder) te vervolgen omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om een strafrechtelijk onderzoek te starten dat voldoende wettig en overtuigend bewijs zal opleveren.
Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6.De beslissing

Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op
28 december 2021 door mrs. P.F.E. Geerlings, voorzitter, A.R.O. Mooy en A.D.R.M. Boumans, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Huizenga, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.