ECLI:NL:GHAMS:2021:4355

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 november 2021
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
23-002576-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van kennis ongeldig rijbewijs

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 11 december 2013 te Amsterdam een motorrijtuig bestuurde terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De politierechter veroordeelde hem tot twee weken gevangenisstraf, welke straf in hoger beroep werd bevestigd.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Tijdens de terechtzitting op 19 november 2021 heeft het hof het dossier en de pleidooien van partijen bestudeerd, waarbij de advocaat-generaal vrijspraak vorderde.

Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte kennis had van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Hierdoor werd de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. Dit arrest bevestigt het belang van een overtuigend bewijs van kennis bij het besturen zonder geldig rijbewijs.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002576-18
datum uitspraak: 19 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 26 juni 2018 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2016 in de strafzaak onder het parketnummer 13-199202-14 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres],
thans uit andere hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring te Nieuwegein.

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 23 februari 2016 het vonnis vernietigd, opnieuw recht gedaan en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Namens de verdachte is tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 26 juni 2018 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is, na terugwijzing, gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
Het hof heeft eveneens kennisgenomen van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 11 december 2013 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten BE, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Hobbemakaade, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, nu uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 november 2021.