ECLI:NL:GHAMS:2021:4356
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens asielgerelateerde vervolgingsbelemmering
De verdachte werd vervolgd wegens het gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument bij binnenkomst in Nederland. Bij de politierechter werd het openbaar ministerie op grond van een asielgerelateerde vervolgingsbelemmering niet-ontvankelijk verklaard. Na intrekking van de asielaanvraag in Nederland werd de verdachte opnieuw vervolgd en veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het hof heeft in hoger beroep onderzocht of de intrekking van de asielaanvraag een nieuwe omstandigheid vormt die het recht op vervolging doet herleven. De advocaat-generaal stelde dat dit het geval was, terwijl de verdediging sprak van dubbele vervolging en betoogde dat de intrekking geen nieuw feit is.
Het hof oordeelde dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring gebaseerd was op de bescherming van het Vluchtelingenverdrag en dat de intrekking van de asielaanvraag in dit specifieke geval geen nieuwe omstandigheid oplevert. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigde het het vonnis van de politierechter.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het ontbreken van een nieuwe omstandigheid na intrekking van de asielaanvraag.