ECLI:NL:GHAMS:2021:441
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging gezag en alimentatie na echtscheiding
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam staat de wijziging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen en de vaststelling van kinderalimentatie en partneralimentatie centraal.
De vrouw verzocht om eenhoofdig gezag vanwege vermeende verslaving en nalatigheid van de man, die dit betwistte. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag te handhaven. Het hof oordeelde dat de belangen van de kinderen het gezamenlijk gezag rechtvaardigen en dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken.
Ten aanzien van de alimentatie werd vastgesteld dat de samenwoning eind november 2019 is verbroken, waardoor de ingangsdatum van de kinderalimentatie op 1 december 2019 wordt vastgesteld. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €809 per maand. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €50 per maand en die van de man op €251 per maand. Gezien de gezamenlijke draagkracht onvoldoende is om in de behoefte te voorzien, werd de kinderalimentatie vastgesteld op €251 per maand, te betalen door de man. Een zorgkorting van 5% werd niet in mindering gebracht vanwege het tekort. Het verzoek van de vrouw om partneralimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan draagkracht bij de man.
Uitkomst: Gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd; man betaalt vanaf 1 december 2019 €251 per maand kinderalimentatie; partneralimentatie wordt afgewezen.