ECLI:NL:GHAMS:2021:444
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling na echtscheiding zonder vaste woonplaats vader
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling na ontbinding van het huwelijk tussen de ouders, die Soedanese nationaliteit hebben. De moeder woont in Nederland en de vader heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank had reeds de hoofdverblijfplaats van twee kinderen bij de moeder vastgesteld, maar door een miscommunicatie was de hoofdverblijfplaats van het jongste kind niet vastgesteld.
In hoger beroep is vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats van het jongste kind eveneens bij de moeder ligt. De ouders bereikten overeenstemming over de zorgregeling: de vader krijgt elk weekend omgang met de kinderen in de voormalige echtelijke woning, waarbij hij zaterdagnacht blijft overnachten. Zodra de vader een eigen woning heeft, zullen zij de zorgregeling herzien om minimaal dezelfde omvang te waarborgen.
Het hof benadrukte de spanningen tussen de ouders en stelde voor dat zij gezamenlijk begeleiding ontvangen. De beschikking werd bekrachtigd en aangevuld met de vastgestelde hoofdverblijfplaats en zorgregeling, en verklaard uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het jongste kind is vastgesteld bij de moeder en de zorgregeling waarbij de vader elk weekend omgang heeft in de voormalige echtelijke woning is bekrachtigd.