In deze zaak stond de verdachte terecht voor rijden onder invloed van MDMA. De politierechter in Amsterdam had eerder een vonnis gewezen, waartegen hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis gedeeltelijk vernietigd, specifiek de opgelegde straf, en heeft in zoverre opnieuw recht gedaan.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €800,00, te vervangen door 16 dagen hechtenis bij niet-betaling. Daarnaast werd een aanvullende geldboete van €400,00 opgelegd, te vervangen door 8 dagen hechtenis. Voor dit laatste deel geldt een proeftijd van één jaar, waarbij de tenuitvoerlegging wordt opgeschort tenzij de verdachte binnen die periode een nieuw strafbaar feit pleegt.
De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter werden door het hof bevestigd. De wettelijke basis voor de veroordeling bestond uit diverse artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, zoals die golden ten tijde van het bewezenverklaarde feit.
De uitspraak werd gedaan door mr. R.D. van Heffen, in aanwezigheid van griffier mr. A.S. de Bruin.