ECLI:NL:GHAMS:2021:485
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- T.K. Lekkerkerker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzetting notaris uit ambt wegens financiële wanbeheer en nalatigheden
De notaris stelde beroep in tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat die hem ontzette uit het ambt vanwege ernstige tekortkomingen. Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) had een klacht ingediend op grond van een onderzoek dat een zorgwekkende financiële situatie bij de notaris en zijn kantoor aan het licht bracht, waaronder negatieve kasliquiditeit, onvoldoende crediteurenadministratie, en betalingsachterstanden.
Daarnaast werden negatieve bewaringsposities vastgesteld, wat in strijd is met de wettelijke bewaringsplicht. Ook was er sprake van achterstanden in de afwikkeling van boedeldossiers en royementen, wat de zorgvuldigheidseisen van het notariaat schendt. De notaris voerde verweer, onder meer dat sommige klachten onterecht waren en dat bijzondere omstandigheden zoals ziekte van een medewerker een rol speelden.
Het hof oordeelde dat de klachten gegrond zijn en dat de notaris onvoldoende stappen heeft ondernomen om de situatie te verbeteren. De maatregel van ontzetting uit het ambt is passend en noodzakelijk, mede gezien eerdere tuchtrechtelijke maatregelen. De ontzetting verhindert ook toekomstig optreden als kandidaat-notaris. Tevens werd de notaris veroordeeld tot betaling van de kosten van het hoger beroep.
De beslissing van de kamer wordt hiermee bevestigd en onherroepelijk verklaard. De maatregel treedt in werking op een door de kamer te bepalen datum, die aan de notaris zal worden medegedeeld.
Uitkomst: De ontzetting van de notaris uit het ambt wordt bevestigd en de notaris wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het hoger beroep.