ECLI:NL:GHAMS:2021:486
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- T.K. Lekkerkerker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing notaris en bevoegdheden waarnemer
De notaris stelde beroep in tegen de beslissing van de kamer die zijn schorsing bevestigde en waarbij een kandidaat-notaris was benoemd als waarnemer. De notaris betoogde dat hij ondanks schorsing nog werkzaamheden mocht verrichten als ware hij een notarieel medewerker en maakte bezwaar tegen de wijze waarop de waarnemer zijn taken uitvoerde en tegen de hoogte van het honorarium.
Het hof overwoog dat de bijzondere omstandigheden op het kantoor van de notaris, zoals ziekte en overlijden van een medewerker, geen reden vormen om af te wijken van de gedragsregels en de schorsing. Het hof onderschreef het oordeel van de kamer dat het honorarium van de waarnemer gebruikelijk is en dat klachten over de waarnemer niet in deze procedure thuishoren maar bij de KNB of het Bureau Financieel Toezicht.
Ook het betoog dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de bevoegdheden van de waarnemer faalde, omdat de waarnemer het ambt volledig mag waarnemen en alle noodzakelijke werkzaamheden mag verrichten. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kamer en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de schorsing van de notaris en het honorarium van de waarnemer.