ECLI:NL:GHAMS:2021:538
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek billijke vergoeding wegens onvoldoende ernstig verwijtbaar handelen werkgever
Appellante was sinds 2010 in dienst bij Inholland en ervoer vanaf 2015 gezondheidsproblemen die leidden tot arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Zij stelde dat Inholland ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende zorg te dragen voor haar arbeidsomstandigheden en re-integratie, en vorderde een billijke vergoeding van €175.000.
De kantonrechter wees dit verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat Inholland ernstig verwijtbaar had gehandeld. Het hof bevestigt dit oordeel na een gedetailleerde beoordeling van de feiten, waaronder de werkbelasting, communicatie over overbelasting, verbetertrajecten en re-integratie-inspanningen.
Het hof concludeert dat Inholland op verschillende momenten rekening heeft gehouden met signalen van appellante, dat zij de adviezen van de bedrijfsarts heeft gevolgd en dat er geen oorzakelijk verband is tussen het handelen van Inholland en het mislukken van de re-integratie. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Inholland.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de bestreden beschikking bekrachtigd en appellante wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om billijke vergoeding af wegens het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.