In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 2 december 2019 beoordeeld. De verdachte werd veroordeeld voor mishandeling en vernieling, waarbij hij tegen de wil van het slachtoffer haar woning binnendrong, haar mishandelde en haar telefoon vernielde.
Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de opgelegde taakstraf, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, en legde een aangepaste straf op. De taakstraf werd vastgesteld op 90 uur, te vervangen door 45 dagen hechtenis indien niet uitgevoerd. De schadevergoeding aan het slachtoffer werd vastgesteld op €930, bestaande uit €430 materiële schade en €500 immateriële schade.
De materiële schade betrof de vernielde telefoon, terwijl de immateriële schade verband hield met het letsel door de mishandeling. De vordering voor het resterende deel van de materiële schade werd afgewezen wegens onevenredige belasting van het strafgeding en dient bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
Het hof benadrukte de ernst van de feiten, waarbij het slachtoffer in haar eigen woning werd aangevallen en haar eigendom werd beschadigd. De straf en maatregel zijn gebaseerd op de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van de verdachte, waarbij een lichtere straf dan door het Openbaar Ministerie geëist passend werd geacht.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 januari 2021.