ECLI:NL:GHAMS:2021:558
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing onderbewindstelling wegens wegvallen problematische schuldenlast
De rechthebbende was onder bewind gesteld wegens verkwisting of problematische schulden, met benoeming van een bewindvoerder. Zij verzocht in hoger beroep om opheffing van het bewind, stellende dat zij slechts een enkele schuld bij een zorgverzekeraar had en inmiddels een betalingsregeling had getroffen.
De bewindvoerder verzette zich niet tegen het verzoek tot opheffing. Het hof overwoog dat ten tijde van de oorspronkelijke beschikking voldoende gronden bestonden voor onderbewindstelling, mede gelet op een schuldenlast van circa €11.000 en lopende juridische procedures.
Thans is gebleken dat de rechthebbende alleen nog een schuld bij de zorgverzekeraar heeft, waarvoor een betalingsregeling geldt en dat andere schulden of problemen niet meer aanwezig zijn. De rechthebbende is in staat haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen.
Het hof vernietigt daarom de beschikking voor zover deze het bewind voortzet en wijst het verzoek tot opheffing van het bewind toe. Tevens is bepaald dat de bewindvoerder binnen twee maanden een eindrekening moet overleggen.
Uitkomst: Het hof heft het onderbewindgestelde bewind op omdat de gronden voor onderbewindstelling niet langer aanwezig zijn.