De moeder was tot aan de bestreden beschikking houdster van het eenhoofdig gezag over haar twee kinderen, die sinds juli 2017 in een pleeggezin verblijven vanwege een onveilige thuissituatie met verslavingsproblematiek en huiselijk geweld. De kinderen hebben begeleide omgang met beide ouders.
De kinderrechter had het gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij inmiddels stappen had gezet in haar behandeling en graag betrokken wilde blijven bij de opvoeding. De raad voor de kinderbescherming en de GI onderschreven echter dat het perspectief van de kinderen bij het pleeggezin ligt en dat de moeder feitelijk geen invulling kan geven aan het gezag.
Het hof overwoog dat de kinderen ernstig bedreigd worden in hun ontwikkeling en dat de aanvaardbare termijn voor de moeder om zorg te dragen is verstreken. De stabiele opvoedsituatie in het pleeggezin dient te worden voortgezet. De moeder heeft een goede verstandhouding met de pleegouders en de GI, maar vervult een moeder op afstand rol. Het hof wees het hoger beroep af en bekrachtigde de beschikking tot beëindiging van het gezag.