Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Bij het gedeeltelijk of geheel voldoen aan de bruidsgave is de koopkracht van de bruidsgave ten tijde van het sluiten van het huwelijk doorslaggevend, met dien verstande dat de bruidsgave op de dag van betaling niet meer mag zijn dan de bruidsgave van een gelijkgestelde vrouw, tenzij anders is bepaald door een voorwaarde of gebruik/traditie.”
Elke toename, afname of ontlasting van de bruidsgave zal worden buiten beschouwing gelaten wanneer deze plaatsvindt tijdens het huwelijk of de edda (= wachtperiode) na de scheiding en zal worden als ongeldig beschouwd als deze niet bij de rechter tot stand komt. Elke dergelijke afwikkeling bij de rechter zal worden toegevoegd aan het oorspronkelijke contract voor zover deze door de ander man is aanvaard.”
de bruidsgave op de dag van betaling niet meer mag zijn dan de bruidsgave van een gelijkgestelde vrouw, tenzij anders is bepaald door een voorwaarde of gebruik/traditie”.