ECLI:NL:GHAMS:2021:713
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof schorst gedeeltelijk kinderalimentatie-uitvoerbaarheid bij hoger beroep
Partijen zijn ouders van een minderjarige, waarbij de vrouw het eenhoofdig gezag uitoefent en de man de minderjarige niet heeft erkend. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van €300 per maand kinderalimentatie, uitvoerbaar bij voorraad.
De man kwam in hoger beroep en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking, stellende dat hij de biologische vader niet erkent, een uitkering ontvangt en meerdere kinderen heeft. De vrouw verzocht afwijzing van dit verzoek.
Het hof overwoog dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is, in beginsel direct kan worden uitgevoerd, tenzij het belang van de veroordeelde zwaarder weegt. Gezien de lage draagkracht van de man, die slechts circa €156-196 netto per maand overhield na inhoudingen, vond het hof het redelijk om de uitvoerbaarheid te schorsen voor het bedrag boven €25 per maand.
De schorsing geldt totdat in de hoofdzaak is beslist. Het verzoek tot verdere schorsing werd afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 9 maart 2021.
Uitkomst: De uitvoerbaarheid van de kinderalimentatie boven €25 per maand is geschorst totdat in de hoofdzaak is beslist.